Summary: | "Daders van criminele feiten opsporen, is voor de politiediensten vaak speuren naar een naald in een hooiberg. Er bestaat echter een innovatieve methode die helpt om criminele fenomenen zo efficiënt mogelijk te benaderen: het barrièremodel. Dit boek toont hoe de politie sámen met publieke en private partners effectieve barrières kan opwerpen om de strategie van de crimineel maximaal te verstoren. Dit doen de auteurs aan de hand van inzichten uit de situationele preventietheorie en een waaier aan praktijkvoorbeelden waarvan het effect wetenschappelijk werd aangetoond (evidence-based policing). Het barrièremodel werd op punt gezet in Nederland, binnen het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV). Lienke Hutten, Dominique Rademaker en Joeri Vig beschrijven de methodiek die daarbij gebruikt wordt. Daarna legt Tom Broekaert (DGJ) samen met een experten-team van de federale politie uit waarom de politie een waardevolle partner is bij de ontwikkeling, uitvoering, opvolging en evaluatie van barrièremodellen. Ze illustreren hun betoog met casestudy's rond identiteitsfraude en transitmigratie met 'small boats'. Annemie De Boye (ARIEC Limburg) bespreekt hoe barrièremodellen ingezet kunnen worden bij de aanpak van mensenhandel. Daarbij put ze uit praktijkvoorbeelden en lessons learned van het Europese project CONFINE. Ibrahim Bulut (ALLSECCON Security Consultancy) en Wesley De Smet (Museum voor Schone Kunsten Gent) passen het barrièremodel op hun beurt toe op kunstcriminaliteit. Ten slotte slaat Jelle Janssens (Universiteit Gent) de brug naar recent wetenschappelijk onderzoek naar barrièremodellen. Hij roept op tot een voorzichtige en bewuste toepassing van dit nuttige instrument. Het hoeft niet te verwonderen dat het barrièremodel opgenomen werd in de Kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan 2022- 2025. Dit boek is een belangrijke eerste stap om het model algemeen in de praktijk te brengen."--Page 4 of cover
|